Teelt

De teelt van Crosnes begint reeds vroeg in het jaar, in Maart word er gepoot (planten van de knollen). De knolletjes worden manueel op een onderlinge afstand van 10 centimeter in een geultje in de grond gestopt en daarna met grond afgedekt. Gedurende de ganse teelt zijn de planten heel gevoelig voor vochtgebrek, er moet dan ook bijna wekelijks worden beregend. Het gewas groeit traag en wordt ongeveer 0,5 meter hoog. Onkruid wieden is een arbeidsintensief en moeilijk werk, de ondergrondse uitlopers die het gewas vormt trek je namelijk gemakkelijk met het onkruid mee uit.

Ziekten en plagen kent het gewas nauwelijks, daardoor kan het op een erg ecologische manier worden geteeld. Het gewas kan in de zomer bloeien, al gebeurt dat in ons klimaat zelden. Pas vanaf september beginnen aan het uiteinde van de uitlopers de knollen zich te vormen.

Begin oktober sterft het loof vanzelf af.

crosne oogst                       loof sterft af crosne


De oogstperiode loopt meestal van begin oktober tot begin maart. De oogst is erg arbeidsintensief. Het oogsten en wassen van de knollen gebeurt volledig manueel, in 1 kilo crosnes zitten al gauw 250 tot 300 knolletjes.

 

crosne vuil


© 2016 crosnes.be  info@crosnes.be